• Wix Facebook page
  • LinkedIn Social Icon

Schrijfopdracht #254

Schrijven Online

Geplaatst 10 juli 2019

Bestemming onbekend

De nieuwe schrijfopdracht van deze week voelt al als reis met onbekende eindbestemming. Waar moet ik in hemelsnaam beginnen? Voorgaande keren had ik nog enigszins een idee wat te schrijven, maar de inspiratie lijkt er deze keer niet te zijn.

Zal ik kiezen voor een tripje naar de hel of toch maar voor de hemelse vakantieromance? Ik denk dat ik voor de eerste optie ga. Een vakantieromance lijkt zo voor de hand liggend en ik ben ook niet in zo’n romantische bui. Mijn werkdag verliep niet helemaal zoals gepland. Je zou kunnen zeggen dat ik meer in een duivelse bui ben. Dat past dan weer beter bij het tripje naar de hel.

 

Oké, ik sta dus op het vliegveld om mijn ticket op te halen. Waar zal ik mezelf eens naar toe sturen? Rusland trekt me niet zo, dus een ticket naar Moskou is een goed begin. Terwijl ik me over de eerste teleurstelling probeer heen te zetten, ga ik op zoek naar mijn reisgenoot. Ik denk aan de man die verderop bij mij in de straat woont. Altijd chagrijnig, nooit in voor een praatje. De roddel gaat dat zijn vrouw bij hem weggegaan is omdat hij altijd zo nukkig en nors is. Ik kan haar geen ongelijk geven. Maar goed, nu zit ik met hem opgescheept.

Hij herkent me en met veel moeite krijg ik een hand van hem. Ik probeer een gesprek op gang te brengen en ik zeg: ‘Ik begrijp dat we dit weekend tot elkaar veroordeeld zijn.’ Hij trekt zijn wenkbrauwen op, pakt zijn koffer en loopt naar de gate. Een goed gesprek zit er dus niet in.

Eenmaal in het vliegtuig is hij in ieder geval zo galant om mij bij het raam te laten zitten. Ik klik mijn veiligheidsriem vast en zie hem tobben met die van hem. Zijn handen lijken te beven terwijl hij aan het stoeien is met zijn riem. Ietwat onbeholpen kijkt hij me aan. Ik zucht een keer diep en maak zijn riem vast.

‘Goed strak alsjeblieft,’ zegt hij. Hoor ik nu iets van angst in zijn stem?

 

Het vliegtuig taxiet naar de startbaan en ik voel mijn reisgenoot meer en meer verstijven. Vlak voor het vliegtuig vaart wil gaan maken, grijpt hij mijn arm en ik zie zweetdruppels op zijn gezicht verschijnen. Vliegangst.

‘Kijk naar mij,’ zeg ik tegen hem, maar het heeft geen effect. Hij lijkt alleen maar nog angstiger te worden. Dan probeer ik het over een andere boeg te gooien.

‘Ze zeggen dat je vrouw je heeft laten zitten voor een andere man.’

Bingo. Met een ruk tilt hij zijn hoofd op en kijkt me woedend aan.

‘Wat weten jullie nou over mij? Denk je dat ik niet in de gaten heb hoe jullie over me denken? Heb je er ooit bij stil gestaan dat de waarheid wel eens heel anders zou kunnen zijn?’

Ik zie de angst plaats maken voor boosheid en gekwetstheid. Ik kijk hem ietwat ongemakkelijk aan.

‘Ik hoop dat je me daar dit weekend iets meer over wil vertellen. Het opstijgen heb je in ieder geval overleefd.’

Verbaasd kijkt hij naar buiten. Mijn opmerking was voldoende om hem af te leiden van zijn angst. Ik beloof niets, maar misschien wordt dit toch niet zo’n helse trip.

De opdracht: De koffers zijn gepakt, de tickets liggen klaar op het vliegveld, maar je weet niet waarheen en met wie.

Reageren