De rivier en de flamingo

Verschijnt in de oktobereditie 2021 van het literaire magazine Alice.

Uitgenodigd door een vriendelijk, kabbelend beekje dobbert een roze flamingo op het rimpelige water. De rotsen in het water bewegen hem voort als een bal in een flipperkast. De zon brandt in zijn nek en op zijn ringvormige lijf. Vanaf de waterkant proberen kinderen hem met een stok dichterbij te halen, zonder succes. De flamingo is aan zijn reis begonnen.

Meanderend beweegt de dorstige stroom zich met zijn reisgezel door het dorre, gele landschap. De zon heeft hier vrij spel. Koeien aan de oever kijken vreemd op naar het roze geval met dito uitsteeksel. Een enkeling loeit ter begroeting, een andere doet van schrik een stap terug. De flamingo dobbert verder op de golven van zijn gastheer.

Een kudde schapenwolken schuift voor de zon. De hitte wordt minder, aangenamer. ‘Een verademing,’ klinkt het langs de kant. ‘Kijk, een roze flamingo,’ roept een jongen. Hij stapt door het water en mist de roze voorbijganger op een haar na.
Uitgegroeid tot rivier vervolgt het water zijn loop. De wolken stapelen zich op en de eerste druppels vallen. Het roze plastic koelt langzaam af. Nog altijd staat de roze hals rechtop in de wind. 

De rivier voedt zich met de vallende regendruppels en zijn kracht neemt toe. De roze flamingo drijft met hem mee, omgeven door een gordijn van regen.
De omvang van de rivier blijft toenemen, hij is hongerig naar meer en wil niet in toom gehouden worden. Grenzen vervagen. Mensen slepen met man en macht zandzakken naar de zwakste plekken, de rivier lacht erom. Waar hij een opening vindt, neemt hij zijn kans waar. 
Oppermachtig neemt hij bezit van het landschap. Zijn kracht is grenzeloos. Angstige kreten vanaf de daken deren hem niet. Meedogenloos sleept hij alles mee wat op zijn pad komt. Bulderend laat hij een spoor van vernieling achter en danst tussen de gebouwen. De flamingo swingt met hem mee, zijn roze lijf in schril contrast met de vieze, bruine modderstroom. 

Na een wilde tocht komt de rivier tot rust, uitgestrekt en tevreden. Hij liet zien wie baas is en laat een onuitwisbare indruk achter. Zijn vreugde is van korte duur. De aarde neemt hem op en langzaam wordt het stil. De roze flamingo heeft een rustplaats gevonden in een boom met uitzicht op de ravage, zijn hals hangt slap. Twee kraaien strijken naast hem neer, waarschijnlijk jaloers op zijn roze kleur. De interesse verdwijnt snel; hij is niet eetbaar.