Schrijfopdracht #300

Schrijven Online

Geplaatst 28 mei 2020

Fout

Patrick kijkt op zijn lijstje. Meneer de Vries (“zeg maar Koos, hoor”) is één van de bewoners die hij vandaag moet helpen met de verzorging. Koos wordt door zijn medebewoners gemeden. Naar zeggen is hij “fout” geweest tijdens de oorlog. Patrick zou zo graag zijn kant van het verhaal willen horen, maar Koos ontwijkt meestal zijn vragen over de oorlog.

Na de verzorging gaat hij bij de oude man aan tafel zitten. Eerdere pogingen waren niet succesvol, maar hij heeft zich voorgenomen om hem het gewoon nog eens te vragen.
Patrick verzamelt moed om over HET onderwerp te beginnen.
‘Ik weet dat je er niet graag over praat,’ begint hij en Koos heeft meteen in de gaten waar het naar toe gaat. Patrick is vasthoudend.
‘Wat wil je horen? Dat ik fout ben geweest? Dat is toch wat iedereen hier over me vertelt? Nou, dat klopt. Wat ik gedaan heb, was hartstikke fout. Dat kan ik nooit meer goedmaken.’ Koos klinkt bitter.
‘Ik wil begrijpen wat er gebeurd is? Wil je me jouw kant van het verhaal vertellen?’
Koos kijkt Patrick aan.
‘Zou het wat uitmaken? Zou jij het begrijpen; opgegroeid in vrijheid?’
‘Dat weet ik niet, maar nu moet ik afgaan op wat ik van anderen hoor.’
‘Ja, daar heb je gelijk in.’

Koos haalt diep adem en begint te vertellen.
‘Ik was gemeenteambtenaar, belast met het uitgeven van persoonsbewijzen. Het verzet vroeg mij om papieren te vervalsen. De Duitsers kregen hier lucht van en ik kreeg de keuze: namen noemen of mijn gezin nooit meer zien.’
Hij kijkt Patrick aan, maar slaat dan zijn ogen neer. Patrick durft de stilte niet te doorbreken.
‘Ik had verhalen gehoord van kampen. Mensen kwamen daar niet levend vandaan. Ik had de keuze om mijn gezin hiervoor te behoeden en dat heb ik gedaan. Kort daarop werden vijf mensen uit het verzet opgepakt en net buiten de stad gefusilleerd.’
Patrick ziet tranen in zijn ogen verschijnen.
‘Ik heulde niet met de vijand, maar ik was bang voor mijn gezin. Ik was geen held. Het idee hen te moeten verliezen was iets waar ik niet aan durfde te denken. Ik heb de levens van vijf moedige mensen opgeofferd voor mijn eigen vrijheid. Daar droom ik nog elke nacht van. Ik denk dat Onze-Lieve-Heer me daarom zo oud heeft laten worden. In de ogen van de maatschappij deug ik niet en ik geef ze geen ongelijk.’
Koos pakt een zakdoek en snuit zijn neus.
‘Ik kan mijn daden er niet ongedaan mee maken, maar ik laat elk jaar een bloemetje bij het graf van die vijf mannen leggen.’
Patrick legt zijn hand op die van de oude man.
‘Ik weet niet wat ik in jouw situatie zou hebben gedaan, Koos. Het is makkelijk oordelen als je het niet hebt meegemaakt.’

De opdracht: 'Soms moet je anderen ontrouw kunnen zijn om jezelf niet ontrouw te zijn.' Schrijf een verhaal van maximaal 500 woorden met dit motto als thema

  • Wix Facebook page
  • LinkedIn Social Icon