Schrijfopdracht #277

Schrijven Online

Geplaatst 19 december 2019

Gestolen hart

‘Ik hoop je snel mijn hart te schenken.’

‘Wat zeg je, Jan?’ Maaike kijkt op van het fotoboek.

‘Ik hoop je snel mijn hart te schenken. Daar eindigt deze brief mee.’ Jan geeft de brief aan zijn zus.

‘Hij is gericht aan oma, maar wie is H.K.?’

‘Geen idee. Het zijn in ieder geval niet de initialen van opa. Waar vond je die brief?’

‘Die zat in deze doos.’

 

Een week na het overlijden van hun opa, zijn Jan en Maaike druk bezig met het opruimen van zijn zolder. Opa was een typische man. Hij deed altijd zo geheimzinnig over zijn leven met oma. Hij deed altijd zo geheimzinnig over zijn leven met oma. Jan en Maaike hebben hun oma nooit gekend; ze was al jong overleden. De verhalen gaan dat ze van de ene op de andere dag krankzinnig is geworden en zich van het leven heeft beroofd. Opa heeft altijd geweigerd hierover te praten. Hij is nooit hertrouwd en zijn kinderen heeft hij alleen opgevoed. Over hun moeder werd nooit gesproken; hij weigerde zelfs haar naam te noemen. Jan heeft dat altijd erg bizar, maar tegelijkertijd ook intrigerend gevonden.

 

In de doos vindt Jan nog een aantal andere dingen en hij vermoedt dat ze van oma zijn geweest. Naast wat onbenullige snuisterijen, haalt hij ook een trouwring, een halsketting met een medaillon eraan, een stapeltje foto’s en een klein sleuteltje tevoorschijn. De foto’s laten een jonge vrouw zien en hij herkent er zijn moeder in. Dit moet oma zijn geweest. Ze was een mooie vrouw met vriendelijke ogen. Geen spoor van krankzinnigheid naar zijn idee.

Maaike pakt het sleuteltje dat Jan op tafel heeft gelegd. ‘Dat lijkt wel een sleuteltje van een juwelenkistje. Misschien ligt er nog wel een schat aan sieraden op zolder.’ Ze begint te glunderen bij de gedachte.

‘Kom, we gaan zoeken.’ Enthousiast rent ze de trap op, gevolgd door Jan.

 

‘Waar heb je die doos gevonden?’

‘Hier onder deze kast.’

Maaike gaat op haar buik liggen om eronder te kijken.

‘Ja, ik zie nog iets staan, maar ik kan er niet goed bij.’

Jan kijkt rond en ziet een pook staan.

‘Misschien lukt het hiermee.’

Maaike veegt op gevoel met de pook onder de kast en als het dichterbij komt ziet ze dat het een metalen kistje is. Ze pakt het kistje op en zet het op een stapel dozen. Het sleuteltje past precies. Vol verwachting maakt Maaike het kistje open.

Het eerste dat ze zien is een krantenknipsel, maar ze worden het meest verrast door de onaangename geur van iets dat in verregaande staat van ontbinding lijkt te zijn.

Jan pakt het krantenknipsel en sluit snel het kistje weer. Als hij de krantenkop leest kijkt hij vol afschuw naar Maaike.

‘Jan, je trekt lijkbleek weg. Wat staat er?’

‘Ik denk dat ik nu weet waarom oma zelfmoord heeft gepleegd en waarom opa daar nooit over wilde praten.’

Maaike kijkt hem niet-begrijpend aan.

‘Ik denk,’ zegt Jan aarzelend, ‘dat we zojuist het hart van H.K. gevonden hebben.’

 

De opdracht: Charles Dickens schreef in een van zijn verhalen: ‘A very little key will open a very heavy door.’  Visualiseer de kleine sleutel en de hele zware deur. Bedenk een personage die de sleutel vasthoudt. Wat gebeurt er? Opent hij de deur wel of niet? Lukt het wel of niet? Zo nee, waarom niet en wat zijn de gevolgen. Zo ja, wat bevindt zich achter de deur en wat zijn daarvan de gevolgen?

  • Wix Facebook page
  • LinkedIn Social Icon