• Wix Facebook page
  • LinkedIn Social Icon

Schrijfopdracht #272

Schrijven Online

Geplaatst 13 november 2019

Berusting

Bram, onze eigenwijze dwergteckel, neemt zijn tijd. Met zijn dertien jaar is hij niet meer de jongste. Sterker nog, in hondenjaren is hij even oud als mijn schoonvader die binnenkort tweeënnegentig hoopt te worden. De rondetijden zijn inmiddels al verdubbeld en de langzame voortgang van onze dagelijkse ronde maakt dat ik in een soort trance raak.

Het is een mooie herfstdag. De zon schijnt tussen de kalend wordende bomen door en het bos is getooid in een bont kleurenpalet van bruine, rode en oranje tinten. Ik geniet van de boslucht en van Bram die al snuffelend elk blaadje en takje zijn onverdeelde aandacht geeft. Aan mij heeft hij geen boodschap. Hier in het bos kan ik mijn gedachten de vrije loop laten; alles wat me bezighoudt de revue laten passeren.

 

Plots voel ik een windvlaag. Een vreemd gevoel besluipt me. Ook Bram lijkt het te merken. Zijn kwispelende staart staat nu strak en zijn blik is op het bospad voor ons gericht. De wind verzamelt de bladeren die op het bospad liggen en zweept ze op. Ze verenigen zich en langzaam zie ik vormen ontstaan. In verwarring zie ik de voor mij zo vertrouwde personen verschijnen, precies zoals ze in mijn geheugen gegrift staan. Mijn zus met haar eeuwige schoonheid, zonder de tekenen van de kanker die haar van ons ontnam. Mijn vader met zijn vriendelijke lach toen hij iedereen nog herkende en mijn moeder met haar krachtige uitstraling voordat de lasten op haar schouders te zwaar werden. Precies zoals ze waren voordat het leven hen overkwam en voordat ik afscheid van ze moest nemen.

 

Hoe vaak heb ik in de afgelopen jaren niet gewenst ze nog één keer te kunnen zien, ze nog één keer vast te kunnen houden en te zeggen dat alles goed is, dat ik ze mis. Ik kijk om me heen. Ik ben alleen op het pad, niemand die kan bevestigen dat ik zie wat ik zie. Is het verbeelding? Maar Bram ziet het ook. Zachtjes kwispelt hij met zijn staart.

Ik loop op ze af, maar nu ze voor me staan weet ik niet wat ik moet zeggen. Waar moet ik beginnen? Maar woorden blijken niet nodig. De wind brengt de bladeren weer in beweging en ze omhullen me als een cocon. Het voelt vertrouwd. Voor mij mag dit moment eeuwig duren, maar dan hoor ik de bladeren fluisteren: ‘het is goed’, en ze worden meegenomen door de wind. Ze dwarrelen door de lucht en komen tot rust op het pad.

Bram trekt me uit mijn trance. Zijn aandacht is gericht op een boomstam waarvan hij vindt dat hij daar wel iets achter kan laten. Eén van de bladeren waait weer op en landt op mijn jas. Voorzichtig neem ik hem in mijn hand. Het is goed.

 

De opdracht: Beschrijf een plaats waar verloren geliefden  elkaar weer terug kunnen vinden.

Reageren