Als in een sprookje

Voorbij de dikke eik volgen ze een smaller pad dat omhoogloopt. Het is hier dichter begroeid en Cas waant zich in de jungle. Als een volleerde Tarzan beweegt hij door het struikgewas, de weg vrijmakend voor zijn Jane. Plots hoort hij een gesmoorde gil achter zich en hij draait zich om. Zo even liep ze nog achter hem.

‘Eva? Eva!’

Hij volgt het spoor van gebroken takken en ziet dat Eva onderaan de heuvel is beland. Voorzichtig daalt hij af.

‘Heb je je bezeerd?’ Bezorgd knielt hij naast haar neer.

‘Nee, dat valt wel mee.’

Cas steekt zijn hand uit en helpt haar overeind. Eva klopt de bladeren en het zand van zich af. Hij kijkt om zich heen. Van waar kwamen ze ook alweer?

‘Die kant op.’ Het klinkt overtuigender dan hij is.

Ze lopen verder, de omgeving komt hem niet bekend voor.


Even later komen ze bij een sprookjesachtig lemen huisje, geschilderd in vrolijke kleuren. Uit de schoorsteen op het rieten dak kringelen rookpluimen omhoog.

‘Misschien kunnen we daar de weg vragen?’

Het knalgele tuinhekje opent piepend en over het kiezelpad lopen ze naar de felblauwe voordeur. Door het hartvormig raampje meent Cas iets te zien. De rood geruite gordijnen voor het raam ernaast bewegen licht door de zwaaiende staart van een zwarte kat.


Cas klopt op de deur.

Enkele ogenblikken later horen ze een sleutel omdraaien en een oude vrouw doet open, kromgebogen leunend op een stok. De groeven in haar gezicht verdiepen en een rij vergeelde tanden wordt zichtbaar.

‘Wat een verrassing. Het is al een tijdje geleden dat ik bezoekers kreeg.’

De krakerige stem klinkt vriendelijk, maar Cas voelt een rilling over zijn rug lopen.

‘Dag mevrouw, we zijn verdwaald. Kunt u ons de weg wijzen naar het dorp?

‘Ach lieve jongen, natuurlijk kan ik dat, maar willen jullie niet even binnenkomen om uit te rusten?’

Cas wil niet onbeleefd zijn. Hij pakt Eva’s hand en ze volgen de vrouw naar binnen. Hij moet bukken om door de deuropening te kunnen.


Leunend op haar stok schuifelt de vrouw naar de keuken, waar op een houtkachel een grote pot staat te pruttelen. Zijn knorrende maag laat weten dat ze langer onderweg zijn dan hij dacht.

Cas kijkt de ruimte rond. Op een plank naast de oven staan glazen potten met, naar hij vermoedt, allerlei kruiden. Naast de kachel ligt een stapel houtblokken, netjes opgestapeld. Zijn blik valt op iets wat voor de houtblokken ligt. Het lijkt een botje. Hij wil vooroverbukken om het op te rapen. De vrouw ziet het en met onverwachte behendigheid tikt ze het met haar stok opzij.

‘Die kat, sleept altijd van alles en nog wat mee naar binnen. Willen jullie misschien iets eten? Ik heb een heerlijk stoofpotje gemaakt en het brood is versgebakken.’

Kans om nee te zeggen, krijgen ze niet. De vrouw zet twee borden op tafel en loopt naar de pot op de kachel.


Dan hoort Cas haar zachtjes neuriën: ‘Knibbel, knabbel, knuisje …’

Recente blogposts

Alles weergeven

Liefde voor altijd

De verhuisdozen zijn leeggehaald, de spullen hebben een nieuwe plek gekregen. Vertwijfeld kijk ik in de laatste doos die ik leeghaalde. Geen Teddy. Waar is mijn oude knuffel? Ik weet zeker dat ik hem

Een tweede leven

Ze streelt de hand van haar zoon, hij voelt nog warm. Het rijzen en dalen van zijn borstkas gaat vergezeld van een kakafonie van pieptonen uit de apparatuur langs zijn bed. In het begin werd ze er hor

Op het nippertje

Zullen we beginnen?’ Als ik niet zo zenuwachtig was, zou ik genieten van de knappe man die naast de operatietafel staat. Gisteren maakte ik al kennis met hem bij het preoperatief onderzoek. Volgens de