Bestemming onbekend

De hertenbiefstuk is overheerlijk. En die portsaus, om je vingers erbij af te likken. Gulzig neem ik een volgende hap, en nog een en … De laatste hap blijft steken in mijn keel. Met hoesten probeer ik de brok uit mijn luchtpijp te verwijderen, zonder resultaat. ‘Fief? Gaat het?’ ‘O mijn God, ze stikt. Doe iets!’ hoor ik roepen. Iemand gaat achter me staan en trekt twee vuisten onder mijn ribbenkast. Een vergeefse moeite, mijn lijf verslapt. Ik voel nog hoe ze me op de grond leggen, daarna zak ik weg in een diepe duisternis.


***


Ik loop op een perron. Het is mistig en ik ben omgeven door reizigers van uiteenlopende leeftijden. Geen van allen heeft bagage bij zich, ik ook niet. Boven het perron hangt een scherm: Hiernamaals, vijf minuten. Daaronder in kleinere letters: geen vertraging. Vreemd. Wat doe ik hier?

Een oude man wenkt me en wijst naar de lege plek naast hem. Ik schuif naast hem op de bank. ‘Ziekte?’ vraagt hij belangstellend. ‘Pardon?’ ‘Was u ziek?’ ‘Sorry, ik begrijp niet wat u bedoelt.’ ‘Waaraan bent u doodgegaan? U bent nog te jong voor een natuurlijke dood.’ ‘Dood? U vergist zich.’ De man schudt zijn hoofd. ‘Dit is het perron naar onze eindbestemming.’

Nee, nee! Ik kan niet dood zijn, nu nog niet. Dit is niet hoe het zou zijn, hoe ik het voor ogen had. Ik zou buiten mijn lichaam treden en als een engel waken over mijn geliefden. Niet op een wazig perron wachten op een trein naar nergens. Ik zou mijn uitvaart meemaken, zien wie er komt, wat ze over me zeggen. Welke muziek zullen ze nu draaien? Verdomme, had ik die playlist toch maar gemaakt. De man pakt mijn hand in de zijne, het voelt koel aan. De rust die hij uitstraalt, kalmeert me op een of andere manier. Als dit het is, kan ik me er beter bij neerleggen. ‘Hoe ziet het hiernamaals eruit?’ De man glimlacht: ‘Geen idee, mijn lieve kind, ik doe dit ook voor het eerst.’

Door de mist nadert een hemelsblauwe trein het perron en komt voor ons tot stilstand. De deuren openen. Met een gevoel van berusting help ik de man overeind. Hij haakt zijn arm in die van mij. Zachtjes neuriet hij een liedje dat ik vaag herken en ik zing een regel mee: I’m on my way, but I don’t know where I’m going.

Recente blogposts

Alles weergeven

Miljoenen jaren maakte ik deel uit van een enorme massa. Ik zag dinosaurussen, mammoeten, sabeltijgers en wat al niet meer voorbijkomen. Ze verdwenen ook weer even zo snel. Meteorietinslagen en voor

De verhuisdozen zijn leeggehaald, de spullen hebben een nieuwe plek gekregen. Vertwijfeld kijk ik in de laatste doos die ik leeghaalde. Geen Teddy. Waar is mijn oude knuffel? Ik weet zeker dat ik hem

Ze streelt de hand van haar zoon, hij voelt nog warm. Het rijzen en dalen van zijn borstkas gaat vergezeld van een kakafonie van pieptonen uit de apparatuur langs zijn bed. In het begin werd ze er hor