In weer en wind

De wind rukt aan de lijn, eerst voorzichtig, plagend. Ik verstevig mijn grip, rug recht. Het weer slaat om, daar heb ik geen buienradar voor nodig. Bij het opzetten van de tent zei ik nog: ‘Gebruik stormharingen en een extra stormlijn. Ik ben niet geschikt voor het zware werk.’

Hoe laat zou het zijn? Een uur geleden lag de schaduw achter me, een uur of drie? Van schaduw is geen spoor meer te zien. De schattige schapenwolkjes zijn verdrongen door dreigende donderkoppen. Het lijkt alsof de avond vroeg is ingevallen. 


Het gerommel klinkt luider, de wind neemt toe en in het licht van een bliksemschicht zie ik mijn makkers zwoegen.

De vrouw kijkt in de deuropening van de tent met een angstig gezicht omhoog en weer op haar telefoon. ‘We zitten precies in de lijn van die rode vlekken, Sjaak.’ 

‘Maak je niet ongerust, het trekt wel over.’

 

Sjaak maakt een rondje om de tent. Hij controleert de lijnen, zet ze strakker waar nodig en geeft mijn makkers die niet diep genoeg staan een extra tik. Degene die de hoeken van de tent vasthebben, gaan het wel redden. Wij die de luifel op zijn plek houden, hebben het zwaar te verduren. De wind laat het doek opbollen en bij iedere windvlaag verliezen we houvast. ‘Wat zei ik nou, extra stormlijnen!’

Dan voel ik een druppel op mijn hoofd, gevold door nog een en nog een en …

 

Plassen ontstaan, zand wordt modder en ik krijg steeds meer speling. Met elke ruk aan de lijn wordt mijn lijf beetje bij beetje ontbloot. 

Linksvoor moet het ontgelden. Met een gil vliegt hij de lucht in, met een sierlijke boog landt hij op de caravan van de buurman. Sjaak vangt de wapperende lijn. 

‘Pak een stormharing,’ roep ik hem toe. Nee hoor, hij zet hem vast met een gewone haring. 

Ik krijg een tik op mijn kop, met weinig succes; de grond is zompig. Zo snel als ik er ingeslagen word, zo snel trekt de wind me er weer uit. Met alles wat ik heb, omklem ik de scheerlijn. 


Het noodweer bereikt zijn hoogtepunt. Sjaak en zijn vrouw pakken ieder een stok van de luifel en gooien hun gewicht in de strijd. De wind heeft het doek in zijn greep, de stokken schieten eronderuit en ik moet mijn meerdere erkennen.


Recente blogposts

Alles weergeven

Liefde voor altijd

De verhuisdozen zijn leeggehaald, de spullen hebben een nieuwe plek gekregen. Vertwijfeld kijk ik in de laatste doos die ik leeghaalde. Geen Teddy. Waar is mijn oude knuffel? Ik weet zeker dat ik hem

Een tweede leven

Ze streelt de hand van haar zoon, hij voelt nog warm. Het rijzen en dalen van zijn borstkas gaat vergezeld van een kakafonie van pieptonen uit de apparatuur langs zijn bed. In het begin werd ze er hor

Op het nippertje

Zullen we beginnen?’ Als ik niet zo zenuwachtig was, zou ik genieten van de knappe man die naast de operatietafel staat. Gisteren maakte ik al kennis met hem bij het preoperatief onderzoek. Volgens de