Over de grens

Paddington maakt zijn koffertje open en haalt er een sandwich uit. Hij neemt een grote hap, doet zijn ogen dicht en geniet. Wat is dit heerlijk! De jam druipt van alle kanten langs zijn mond en er valt een grote klodder op zijn jas.

Met smaak peuzelt hij deze traktatie op. Dan pakt hij een servetje uit zijn koffer en maakt zijn mond schoon. Voorzichtig haalt hij met een vinger de klodder van zijn jas en stopt die in zijn mond. Mmmm.


Een paar weken geleden is hij in dit nieuwe land terechtgekomen. Een oudere man heeft hem op een bankje zien zitten op een metrostation in Londen. Ze raakten aan de praat en toen hij vertelde dat hij zo graag nog eens naar Nederland wilde, nam de man hem mee.


Hij had al veel van Nederland gehoord. Over Amsterdam: de grachten, die bladeren die ze dan oproken en over vrouwen die achter het raam zitten de hele dag. Dat laatste had hij vreemd gevonden en de oude man had daar een beetje geheimzinnig over gedaan. Iets met een rood licht en veel bezoek. Het was een warrig verhaal en hij had er niet veel van begrepen, maar dat achter het raam zitten had hem wel gefascineerd. Hij had de oude man gevraagd of hij ook achter het raam mocht zitten om het eens mee te maken, maar daar was hij niet op ingegaan.


Een paar dagen geleden vroeg de oude man ineens: ‘Wil je nog steeds achter het raam zitten?’ Ja, dat wilde hij wel. De man vertelde iets over een wandeling en dat kinderen hem dan konden bewonderen. Nou, dat wilde hij wel eens meemaken en nu zit hij hier heerlijk in het zonnetje en zwaait naar iedereen die langskomt. Als ze een foto willen maken dan trekt hij zijn jasje nog eens recht en gaat er goed voor staan. Hij ziet veel lachende gezichten. Als beloning neemt hij even zijn hoed voor hen af.


Bij het huis tegenover hem staat al dagen een beer shocking klem tussen een aantal boeken. Hij heeft al een paar keer geprobeerd contact te maken, maar zijn overbuurman - of moet hij zeggen overbeerman - is steeds verdiept in een ander boek. Paddington probeert te lezen wat er op de boeken staat, hij herkent maar één woord: Dummies.


Recente blogposts

Alles weergeven

Ik kijk van de folder in mijn hand naar het krot voor me. Op een verweerd bordje naast de deur lees ik met moeite: “Zwaluw”, de naam die ook op het label staat dat aan de sleutel hangt. Bestemming ber

Zijn ogen lichten op en zijn mondhoeken krullen omhoog. Deze momenten van herkenning zijn zeldzaam, mijn hart maakt een sprong; hij heeft een goede dag. Ik loop naar hem toen en geef hem een dikke knu

In de verte klinken doffe dreunen. In het begin schrok ik van iedere knal, nu kijk ik niet eens meer op als de lamp schommelend zijn lichtstralen verspreidt. De stiltes die af en toe vallen zijn daare