Vallende blaadjes

Zijn ogen lichten op en zijn mondhoeken krullen omhoog. Deze momenten van herkenning zijn zeldzaam, mijn hart maakt een sprong; hij heeft een goede dag. Ik loop naar hem toen en geef hem een dikke knuffel. ‘Dag pap.’ Mijn vader zit in een aangepaste rolstoel voor het raam, zijn favoriete plek. Op goede dagen als deze kan hij uren naar buiten kijken en genieten van de fleurig aangelegde binnentuin. Tuinieren was altijd zijn lust en zijn leven. Elke dag maakte hij een rondje langs de vele bloemen en planten, plukte het onkruid weg en maakte met elke struik een praatje. ‘Dan groeien ze beter,’ was zijn heilige overtuiging. Hij kende ze allemaal bij naam. De omslag kwam toen rozen irissen werden en hij met ‘die boom in de hoek’ de vlinderstruik bedoelde. De verwaarlozing van de tuin weerspiegelde zijn geestestoestand en een opname op deze gesloten afdeling volgde snel.

Hij zet met een beverige hand de tuitbeker aan zijn mond. Er zit een bruinachtige vloeistof in waarvan ik weet dat het koffie is, maar het ziet er zo lodderig uit dat het evengoed karamelvla kan zijn. Zelfs dat wordt hem ontnomen, het genieten van een lekker kopje koffie.

Hij zet de beker weer neer en zijn hand gaat naar het pakje dat ik voor hem op tafel heb gelegd. ‘Een cadeautje?’ ‘Maak maar open.’ Ik schuif het dichter naar hem toe. Met moeite scheurt hij het papier open en haalt er de ingelijste foto uit waarop hij met een lach van oor tot oor naast zijn grote trots staat, de pioenroos die elk jaar imponeerde met zijn grote knoppen. Ik wist hem zonder problemen te verhuizen naar mijn eigen tuin. Zijn trillende vingers bewegen over de afbeelding. ‘Mooie bloemen, bloeit niet lang.’ Ik hoopte met de foto’s iets van herinneringen terug te brengen, maar meer dan deze reactie krijg ik niet. Ik verberg de teleurstelling en neem zijn hand in de mijne. De ooit zo krachtige handen die me houvast boden en waar ik me als kind veilig in voelde, ze zijn verworden tot broze botten omhuld door een rimpelige, perkamenten huid.

‘Kersenbloesem.’ Ik moet schakelen. ‘Wat bedoel je, pap?’ ‘Hij bloeit ook zo kort.’ Ik volg zijn blik naar de boom in het midden van de binnentuin. De gevallen bloemblaadjes zorgen voor een roze tapijt. Dat het eigenlijk een magnolia is, hou ik voor me. ‘Ja, hij is prachtig. Die stond vroeger achter in de tuin.’ Hij knikt. ‘Mama vond het niks.’ Nee, mijn moeder kon daar niet van genieten. Ze zag alleen de rommel die de gevallen bladeren gaven. Zwijgend zitten we naast elkaar. ‘Waarom is ze niet meegekomen?’ doorbreekt hij de stilte. Ik krijg een brok in mijn keel. Onwillekeurig draai ik aan de ring waarop haar duimafdruk staat. ‘Volgende keer breng ik haar mee,’ beloof ik tegen beter weten in en hou zijn hand nog even vast. Buiten kleuren de vallende blaadjes de grond verder roze.

Recente blogposts

Alles weergeven

Ik kijk van de folder in mijn hand naar het krot voor me. Op een verweerd bordje naast de deur lees ik met moeite: “Zwaluw”, de naam die ook op het label staat dat aan de sleutel hangt. Bestemming ber

In de verte klinken doffe dreunen. In het begin schrok ik van iedere knal, nu kijk ik niet eens meer op als de lamp schommelend zijn lichtstralen verspreidt. De stiltes die af en toe vallen zijn daare

Bij de vogelvoederplaats sta ik voor een raadsel. De paal waarop het bevestigd is, staat schuin, het huisje is een kwartslag gedraaid en het dak ligt eraf. Mijn hart gaat tekeer. Dat monster terrorise