Van korte duur

Ik kijk van de folder in mijn hand naar het krot voor me. Op een verweerd bordje naast de deur lees ik met moeite: “Zwaluw”, de naam die ook op het label staat dat aan de sleutel hangt. Bestemming bereikt, maar dit is niet bepaald het luxe vakantiehuisje wat de advertentie me beloofde. Ik draai mijn hoofd naar het bospad waar ik zojuist met mijn auto overheen ben gestuiterd. “Bosrijke omgeving”, tot zover klopt de informatie uit de folder.


Met een knoop in mijn maag open ik de deur en bereid me voor op spinnenwebben, metersdikke lagen stof en vuile bekleding. Tot mijn verbazing ziet alles er spik en span uit. De woon- annex slaapkamer ruikt zelfs fris naar schoonmaakmiddel en chloor. Het bed is netjes opgedekt en ook op het keukengedeelte is niets aan te merken. De weinig spraakzame beheerder die me de sleutel overhandigde, heeft duidelijk zijn best gedaan. Het huisje is niet direct waar ik me op verheugd had, het biedt wel waar ik voor kom: rust en hopelijk inspiratie voor het schrijven van een bestseller.

Ik maak mijn koffers leeg en berg de meegebrachte boodschappen op. Daarna plof ik met een kop oploskoffie op de bank. De zon werpt haar laatste stralen naar binnen en vestigt mijn aandacht op iets van metaal onder het bed. Op mijn knieën zie ik meteen dat een gedeelte van de vloer daar aan de aandacht van de poetser is ontsnapt. Ik kan niet helemaal onder het bed komen en ga liggend op mijn buik tastend op zoek naar het voorwerp. Zodra ik het heb, voel ik ook iets kleverigs aan mijn vingers. Het voorwerp blijkt een koperkleurige huls te zijn, het plakkerige spul ruikt weeïg naar ijzer. Er trekt een rilling over mijn ruggengraat; ineens krijgt de chloorlucht een hele andere betekenis.

Niet veel later stuiter ik met een volgepakte auto terug over het bospad. De huls ligt in een boterhamzakje naast me op de stoel, evenals het doekje waaraan ik mijn hand heb afgeveegd. Zodra mijn telefoon weer bereik heeft, bel ik de politie. Die “Zwaluw” gaat een staartje krijgen.

Recente blogposts

Alles weergeven

Zijn ogen lichten op en zijn mondhoeken krullen omhoog. Deze momenten van herkenning zijn zeldzaam, mijn hart maakt een sprong; hij heeft een goede dag. Ik loop naar hem toen en geef hem een dikke knu

In de verte klinken doffe dreunen. In het begin schrok ik van iedere knal, nu kijk ik niet eens meer op als de lamp schommelend zijn lichtstralen verspreidt. De stiltes die af en toe vallen zijn daare

Bij de vogelvoederplaats sta ik voor een raadsel. De paal waarop het bevestigd is, staat schuin, het huisje is een kwartslag gedraaid en het dak ligt eraf. Mijn hart gaat tekeer. Dat monster terrorise