Zonnekracht

Ik hoor een fietsbel en door het raam zie ik mijn zus. Ik pak mijn fiets en begroet haar. We zijn door de dochters van mijn andere zus Huubke uitgenodigd om bij het uitstrooien van haar as aanwezig te zijn. Vandaag, tien jaar geleden, overleed ze aan borstkanker. Haar urn heeft al die tijd in een urnenmuur gestaan; haar meiden waren destijds nog te jong om een beslissing te nemen over wel of niet uitstrooien. Ze hebben nu samen een mooie plek uitgekozen.


De straffe wind maakt dat het kouder aanvoelt dan het in werkelijkheid is. Gelukkig hebben we allebei een fiets met ondersteuning en de wind deert ons niets, op de kou zijn we gekleed.

Teleurgesteld kijk ik omhoog naar de grijze lucht. Huubke had altijd een goede band met de zon. Als deze scheen, betekende het meer dan eens dat de uitslagen goed waren. Regenachtige dagen beloofden meestal niets goeds en vaak kwam dat ook uit. Mijn zus putte kracht uit de dagen dat de zon scheen. Haar ziekte bleek sterker.


Sinds haar overlijden heeft de zon voor mij ook meer betekenis gekregen. Op zonnige dagen voel ik haar nog dichter bij me. Zeker als ze schijnt op bijzondere dagen. Zoals bij het sluiten van de kist van mijn vader, twee jaar later op een regenachtige dag. Was het toeval dat ineens een krachtige zonnestraal door de wolken brak en op de kist viel?


Met een bosje zonnebloemen onder de snelbinders, Huubkes lievelingsbloemen, fietsen we naar het meer net buiten het dorp en we halen herinneringen op. Hoe ze gevochten heeft, hoe bijzonder de uitvaart was, hoe we haar allebei ervaren in de zonnestralen en hoezeer we haar nog steeds missen.

Ik kijk omhoog. ‘Jouw dochters hebben het een en ander geregeld voor jou vandaag, het zou fijn zijn als jij ook een steentje bij zou dragen.’

Het grijze wolkendek trekt zich er echter niets van aan.


We treffen onze nichtjes bij het meer. De oudste houdt de urn stevig vastgeklemd in haar armen.

De wind maakt dat we een plek aan de overkant moeten zoeken. Het is niet de bedoeling dat onze lieve zus in onze kleren weer mee teruggaat.

Als we vlak bij de plaats zijn waar we haar willen uitstrooien, zien we de wolken uiteendrijven en een stralende zon komt tevoorschijn.


Noem het toeval, ik noem het Huubke.

Recente blogposts

Alles weergeven

Liefde voor altijd

De verhuisdozen zijn leeggehaald, de spullen hebben een nieuwe plek gekregen. Vertwijfeld kijk ik in de laatste doos die ik leeghaalde. Geen Teddy. Waar is mijn oude knuffel? Ik weet zeker dat ik hem

Een tweede leven

Ze streelt de hand van haar zoon, hij voelt nog warm. Het rijzen en dalen van zijn borstkas gaat vergezeld van een kakafonie van pieptonen uit de apparatuur langs zijn bed. In het begin werd ze er hor

Op het nippertje

Zullen we beginnen?’ Als ik niet zo zenuwachtig was, zou ik genieten van de knappe man die naast de operatietafel staat. Gisteren maakte ik al kennis met hem bij het preoperatief onderzoek. Volgens de