Schrijfopdracht #259(1)

Schrijven Online

Geplaatst 15 augustus 2019

Wie ben ik?

Voor het feest heb ik een mooie jurk gekocht en ik ben me aan het omkleden als ik vanuit de kamer mijn man Piet hoor roepen.

‘Netty! Netty, waar ben je?’

Ik loop naar de woonkamer en zie dat Piet pogingen doet om uit zijn stoel omhoog te komen. Dat lukt niet al te best en ik moet hem even een handje helpen. Zodra hij me ziet, zie ik de blik verstarren en ik zie een vijandigheid in zijn ogen die ik al eens eerder heb gezien. Ik deins terug.

‘Moeder, wat doe jij hier?’ vraagt hij koel.

‘Ik kom je even helpen. Je moet je gaan omkleden voor het feest.’

‘Waar is Netty? Waarom is ze weggegaan?’

Ik wil hem uitleggen dat ik Netty ben en nog steeds hier ben, maar ik dring niet tot hem door.

Piet pakt de telefoon die naast hem ligt. Hij is moeilijk ter been, dus de telefoon ligt altijd bij hem in de buurt. Hij toetst een nummer in.

‘Fief? Met papa. Dat mens is weer hier en ik weet niet waar Netty is.’

Hoi pap. Netty moest nog even een cadeautje halen. Ze zal zo wel terug zijn.’

‘Waarom zegt ze dat niet even voor ze gaat. Nu zit ik hier met dat mens opgescheept.’

‘Papa, geef de telefoon even aan dat mens.’

Ik krijg de telefoon in mijn hand gedrukt.

‘Gaat het mam?’

‘Fief, ik weet niet of ik hem in deze situatie mee krijg naar jullie feest. Misschien zit er niets anders op dan maar gewoon thuis te blijven.’ De tranen schieten in mijn ogen. Ik had me hier zo op verheugd, maar ik kan Piet niet alleen thuis laten.

Mam, probeer het zo meteen nog eens. Vorige keer draaide hij ook weer bij.’

Ik beloof mijn dochter dat ik het zal proberen, maar Piet wil me niet eens meer aankijken.

Ik wil net naar de keuken lopen als de buurman binnenkomt. Hij heeft aangeboden ons naar het feest te brengen. Hij ziet Piet nukkig in zijn stoel zitten.

‘Is het weer zover?’ vraagt hij. ‘Wie ben je nu?’

‘Ik geloof dat ik “dat mens” ben, want hij wil met mij niet naar het feest.’

De buurman loopt naar Piet.

‘Piet, ik kom je halen voor het feest. Ben je klaar?’

‘Ik ga niet met dat mens mee.’

‘Dat hoeft ook niet,’ zegt onze buurman. ‘Ik kom alleen jou ophalen.’

Hij helpt Piet uit zijn stoel en Piet loopt zowaar met hem mee naar de auto. Onze buurman kijkt even om en knipoogt.

Een kwartiertje later is hij weer terug.

‘Piet vroeg waar Netty bleef en ik heb gezegd dat ik ze ging halen.’

‘Nou dan hoop ik dat ik mijn juiste gedaante weer heb. Anders zijn we snel weer terug vrees ik.’

Gelaten loop ik de feestzaal binnen. Ik zie Piet aan een tafeltje zitten met een borreltje voor zich. Hij kijkt me aan en ik krijg een stralende lach.

‘Netty!’ roept hij blij. ‘Wat fijn dat jij er ook bent.’

Opgelucht ga ik naast hem zitten en ik krijg een dikke zoen op mijn wang. Ik weet niet hoe lang dit moment zal duren, maar nu geniet ik er even van. Piet is weer heel even mijn Piet.

De opdracht: de hoofdpersoon maakt een psychologische verandering door.

Reageren

  • Wix Facebook page
  • LinkedIn Social Icon